Acta est fabula (Het spel is afgelopen)

by Déjà Vu

De oude visser stond in zijn boot en wierp de laatste restjes van de vangst op het strand. Hij greep het net en wierp het over zijn schouder. De afgelopen tijd had hij steeds minder gevangen, omdat hij niet meer zo lang op zee kon blijven. Het weer was beter dan toen Julius er was, maar toch ontbrak er iets. De arrogante patriciër bracht een bepaald soort levendigheid met zich mee, levendigheid die de man aan het eind van zijn leven goed kon gebruiken. Hij klom via een rotsig pad naar zijn hut boven op de klif en staarde naar de grijze zee. Door het geruis van de golven dacht hij het briesen van een paard te horen, maar dat kon ook zijn verbeelding zijn. De twaalf jaar sinds Julius’ vertrek waren rustig verlopen. Af en toe had hij in het nabijgelegen dorp geruchten opgevangen over een generaal met vreemde, grote beesten, die de Romeinen nederlaag na nederlaag had toegebracht. Het maakte hem niets uit: de vissen in de zee trokken zich weinig aan van de heersers op het land. Nogmaals hoorde hij het gesnuif van een paard. Vermoeid hees hij zich overeind en liep langzaam naar de rotsen aan de rand van het pad. Daar aangekomen kon hij zijn ogen niet geloven. Voor hem stond de inmiddels minder jonge patriciër, gehuld in een linnen toga en dure, purperen mantel. Julius vertelde de visser van Hannibal, de olifanten en de slag bij de rivier Trebia. Tiberius Sempronius had hem beloond voor zijn dappere optreden in deze slag door hem tot centurion te benoemen. Gaius had zijn zoon teruggeroepen naar Rome, waar hij verder hersteld was van zijn verwondingen. Daarna was Julius zich actief met de politiek gaan bemoeien, waardoor hij nu, twaalf jaar later, eindelijk kans maakte op één van de consul-posities. Zelf dacht hij dat hij weinig te vrezen had van de veel jongere Scipio, die zijn vader en oom verloren had in de oorlog in Spanje. De visser luisterde aandachtig, bereidde de aanstaande consul een aanzienlijk deel van zijn vangst en bood hem daarna een slaapplaats aan. Zonder het te vertellen was de visser sceptisch, maar Julius sliep die avond lang en gelukkig.

Abel Vlaanderen

You may also like

Leave a Comment