Alexanders alcoholgebruik

by Déjà Vu

Arie Benschop

Rond het begin van de jaren tachtig werd de Griekse academische wereld opgeschrikt door een theorie over Alexander de Grote. De Macedonische wereldveroveraar zou een alcoholist zijn geweest. Overmatig alcoholgebruik zou de doodsoorzaak van deze Griekse veldheer zijn. Vanuit het Griekse ministerie voor cultuur werd honend gereageerd op deze suggestie. Toch wordt deze machtige veldheer nog steeds in verband gebracht met het overmatig grijpen naar de fles. Hoe dicht bij de historische werkelijkheid staat dit?

Toen Alexander na een regeerperiode van 13 jaar stierf op de leeftijd van 33 jaar liet hij een groot Macedonisch rijk en veel verwarring rondom zijn doodsoorzaak achter. Een groep historici beweert dat hij stierf aan malaria. Volgens andere historici is Alexander ten prooi gevallen aan vergiftiging. Mogelijk heeft Aristoteles vergif toegediend uit woede omdat Alexander een van zijn familieleden had geëxecuteerd. Tenslotte is er nog de beschuldiging van alcoholisme. De militair strateeg zou tijdens een diner met zijn vrienden te veel hebben gedronken. Later op een feest van zijn vriend Medius zou hij een vergiftiging opgelopen hebben, wat de reden was voor zijn spoedig overlijden na de gewraakte avond.

Wat moet worden meegenomen in het beoordelen van zijn alcoholgebruik is de sociologische of/en alcoholische context van die tijd. Het meeste werd gedronken tijdens een diner, een banket. Een diner in het oude Griekenland was niet slechts een sociale aangelegenheid, het was een aangelegenheid vol mores die strikt gevolgd werden. De leider van zo’n banket bepaalde hoeveel er gedronken werd. Degene die de meeste drank kon wegzetten, werd gekozen als leider, de symbosiarchesvan de avond. Het drankgebruik was dus vaak excessief. Bovendien werd de naaste familie van Alexander beschuldigd van drankgebruik door verschillende historici. Zijn vader Phillip werd door schrijver Theopompus bestempeld als philopotes (drankliefhebber) en zijn moeder Olympia was waarschijnlijk een priesteres van de god Dionysus, waarbij de wijn rijkelijk vloeide tijdens de vereringsrituelen. Volgens de overlevering is een van Alexanders boezemvrienden, Hephaesteon, overleden aan alcoholvergiftiging tijdens een banket. Kortom, de theorie vindt weerklank bij de directe omgeving van Alexander.

De aanname dat Alexander een pathologisch drinker was, is naast bovenstaande aanwijzingen gebaseerd op extreme gedragswisselingen van hemzelf. Volgens sofist Aelianus (3eeeuw n. Chr.) dronk Alexander meer dan gemiddeld tijdens de laatste twee maanden van zijn leven. Volgens Athenaeus sliep hij twee dagen lang zijn roes uit na eens symposium en bereed hij een ezel als hij dronken was als eerbetoon aan de god Mithras. Bovendien benadrukken een aantal Romeinse en Griekse historici dat Alexander dronken was toen hij het paleis in Persepolis in brand stak en Cleitus vermoorde. Hij zou hier laterm n nuchtere toestand spijt van hebben gehad. Waar dit grote contrast in dronken en nuchter gedrag op zou kunnen wijzen is dat de veldheer een lage alcoholtolerantie had.

Het is moeilijk om te concluderen dat alcohol dé doodsoorzaak is geweest van Alexander. Wel wordt duidelijk dat alcohol een grote rol speelde in het leven van Alexander en naarmate zijn dood dichterbij kwam, een steeds grotere rol kreeg. Een sluitende conclusie valt dus niet te trekken. Wel kunnen we met Maurice Druon, auteur van een biografie over Alexanders leven concluderen: ‘Alexander, an alcoholic? No. A good drinker, yes. But for heaven’s sake, after so many victories the man deserved a drink.’

 

You may also like