Cur ante tubam tremor occupat artus? (Waarom zou angst de ledematen bezetten voor de trompet klinkt?)

by Déjà Vu

‘Fieeet,’ floot hij zachtjes en niet helemaal zuiver. Hij schrok van het harde geluid in de verder doodstille ochtendschemering. Een aanval nu, bedacht hij zich, zou zonder twijfel rampzalige gevolgen hebben voor de slapende legioenen. Ook zijn vader en de oude visser passeerden zijn gedachten. De laatste zou hem vast missen, maar hij zou terugkomen wanneer Carthago verslagen was. Zo stelde Julius de visser en daarmee zichzelf gerust. Door de fluitende wind hoorde hij zo nu en dan een paard briesen. Of dat dacht hij: hij was te ver van de stallen om de Romeinse paarden te horen. Het zou zijn verbeelding wel zijn. Zo stelde Julius zichzelf gerust. Te vermoeid om er meer aandacht aan te geven vielen zijn ogen dicht en zonk hij in een onrustige slaap. Korte tijd later werd hij weer wakker – en moest zichzelf op de wang slaan om te geloven wat hij zag. Tussen de bomen aan de overkant van de rivier verscheen een tiental ruiters, verlicht door de eerste stralen van de zon. Tien werd twintig en er bleven maar meer ruiters komen. Pas toen de hele oever vol stond greep de verbijsterde soldaat naast hem naar zijn trompet. De schelle tonen van het instrument zonden een ijskoude rilling over Julius’ rug. Zijn benen begonnen ongecontroleerd te trillen en een onbekende angst maakte zich van hem meester. De Carthagers aan de overkant begonnen uitdagend te schreeuwen en op hun schilden te slaan, terwijl Julius klappertandend een smerig mengsel van hard brood en rode wijn braakte. Ook de soldaat naast hem kreeg het te kwaad: ze hadden allebei nog nooit met de gruwelen van een slagveld te maken gehad. Alle ellende verdween echter als sneeuw voor de zon toen de Romeinse legioenen door de poort ten strijde trokken. Hij voelde zich sterk worden. De aflossing van de wacht keek dan ook verbaasd naar het hoopje braaksel en de enthousiaste Julius, die zich aansloot bij de rangen van de consul. Het leger marcheerde vol zelfvertrouwen de rivier over, achter de terugtrekkende ruiters aan, Hannibal tegemoet.

Abel Vlaanderen

You may also like

Leave a Comment