De Amerikaanse media vergokten hun betrouwbaarheid

by Déjà Vu

trump

Friso van Nimwegen

‘Op 8 november ging de serieuze Amerikaanse journalistiek collectief door de spiegel heen. Ze is nu in Trump-land,’ schreef Bas den Hond afgelopen zaterdag in Trouw. Het is waar: de Amerikaanse media gingen er massaal vanuit dat Hillary Clinton zonder problemen haar controversiële tegenstander aan de kant zou schuiven in de presidentsverkiezingen. Door het – voor hun – onverwachte resultaat kampen de gevestigde Amerikaanse nieuwsbronnen nu met een betrouwbaarheidscrisis. Maar is dat niet hun eigen fout?

Veel kranten en andere traditionele nieuwsbronnen kozen ervoor Hillary hun endorsement te geven en daarmee openlijk haar gooi naar het presidentschap te steunen. Het ‘endorsen’ van een presidentskandidaat is een merkwaardige traditie die veel Amerikaanse kranten in ere houden: in aanloop naar de verkiezingen spreekt de hoofdredactie zich uit over welke kandidaat zij als meest geschikt ziet. Zo plaatste The New York Times op 24 september een redactioneel commentaar met de ondubbelzinnige kop ‘Hillary Clinton for President’, dat opende met de zinnen: “In any normal election year, we’d compare the two presidential candidates side by side on the issues. But this is not a normal election year.” De Times wekt de indruk dat hun openlijke steunbetuiging aan Clinton een zeldzame uitzondering is, maar al sinds 1860 heeft de krant zich bij elke verkiezing uitgesproken voor een bepaalde kandidaat; sinds de verkiezing van John F. Kennedy in 1960 is de keuze altijd gevallen op een Democraat. De Los Angeles Times propte in haar kop een minstens zo duidelijke boodschap als haar zusje uit New York: “Hillary Clinton would make a sober, smart and pragmatic president. Donald Trump would be a catastrophe.”

Uiteraard begeeft een krant zich altijd in een moreel grijs gebied wanneer het zich zo openlijk uitspreekt in politieke kwesties. Het gaat in tegen het universeel geaccepteerde ideaal dat de verslaggeving van een respectabele nieuwsbron neutraal en objectief moet zijn. Het is echter natuurlijk niet verboden voor de hoofdredactie om hun mening te verkondigen, zolang ze die hun verdere verslaggeving maar niet laten beïnvloeden. Maar zelfs als het steunen van een presidentskandidaat moreel kan worden goedgekeurd, rest nog de vraag of het überhaupt wel een goed idee is.

Een van de belangrijkste speerpunten van Trumps campagne was zijn aversie tegen het establishment en de aversie die het establishment had tegen hem. Hij was de outsider, de man die de beroepspolitici en lobbyisten in Washington juist niet wilden zien. Het bleek een krachtig argument, dat door Trumps tegenstanders hevig lijkt te zijn onderschat. Trump hoefde niet eens meer te beweren dat de gevestigde media tegen hem waren, dat deden ze zelf al. Van de honderd Amerikaanse kranten met de hoogste lezersaantallen gaven er 57 hun endorsement aan de Democratische kandidate. Slechts twee spraken zich uit in het voordeel van Trump. In 2012 lagen die aantallen veel dichter bij elkaar: 41 voor Obama, 35 voor Romney. Drie kranten, waaronder USA Today, de grootste Amerikaanse krant gemeten naar lezerschap, verklaarden zelfs Donald Trump als ongeschikte presidentskandidaat te zien, zonder een concrete uitspraak te doen over wie dan wel geschikt zou zijn.

Trump gaf zijn publiek het advies de media niet te vertrouwen omdat ze bevooroordeeld zouden zijn tegen hem en, misschien nog wel erger, vóór Clinton. De media in kwestie deden niets om deze beschuldiging te weerleggen en bevestigden die zelfs. Wellicht onderschatten ze het potentieel van Trumps boodschap, wellicht zetten ze slechts een lange traditie voort, of wellicht zagen ze het als hun morele plicht om zich uit te spreken tegen Trump; het effect van de massale steunbetuiging aan Clinton is echter geweest dat Trump de kritische media zonder tegenstand in de hokjes ‘pro-Clinton’ en ‘pro-establishment’ kon plaatsen. Daarmee ontstond voor zijn publiek een vacuüm: waar moest de Trump-supporter zijn nieuws vandaan halen als de gebruikelijke bronnen niet te vertrouwen waren? Het gat dat de mainstream-media achterlieten werd grotendeels opgevuld door de ‘neppe’  nieuwsbronnen die in de nasleep van Trumps overwinning ter discussie zijn kome te staan. Deze media, die via Facebook en Twitter valse of hevig bevooroordeelde informatie de wereld in stuurden, zouden grote invloed hebben gehad op de overwinning van Trump. Het is makkelijk de vinger te wijzen naar deze obscure, alternatieve nieuwsbronnen, maar het zou getuigen van een gebrek aan zelfreflectie als de gevestigde media niet erkennen dat ze dit nepnieuws met hun eigen partijdigheid in de hand hebben gewerkt.

Door hun bijna massale endorsement van Hillary Clinton namen de Amerikaanse mainstream-media een enorm risico en zetten ze hun eigen betrouwbaarheid op het spel. Door zelf partij te kiezen versterkten ze de perceptie van de verkiezingen als een strijd tussen het establishment en de outsider Trump, in plaats van het Amerikaanse publiek een onpartijdig overzicht te bieden van waar dat essentiële debat om draaide. Het enige wat er nodig was om hen in een algehele betrouwbaarheidscrisis te doen vallen was een overwinning van Trump. De kans daarop was objectief gezien net zo groot als een overwinning van Clinton: 50{344b16f849f49b4b9785a228459a20752bd8c9db55458433b8efadec49528b65}. Ik zou er niet op hebben gewed.

You may also like

Leave a Comment