De devolutie van de mens

by Déjà Vu

klonen

Tommy van Thienen

Het was afgelopen week eventjes in het nieuws. Het Nederlandse BNN heeft voor hun televisieprogramma Klonen: Wens of Waanzin een Rotterdamse bulldog laten klonen en kreeg een vloedgolf aan kritiek over zich heen. Het zou dieronvriendelijk zijn, onethisch en bovenal zou het de evolutie in de weg staan. Het kunnen klonen van leven duidt immers op onsterfelijkheid en dus geen reden voor het leven om zich door te ontwikkelen, aldus de tegenstanders. Maar is evolutie niet al lang dood?

Ik heb het dan natuurlijk over de menselijke evolutie. Wij mensen hebben de afgelopen driehonderd jaar onvoorstelbare sprongen gemaakt op het gebied van technologie, gezondheidszorg en sociale zorg. Deze vooruitgang heeft ervoor gezorgd dat we een stuk langer leven, bovenaan staan in de voedselketen en van elk milieu een leefbare omgeving kunnen maken. Survival of the fittest gaat niet meer op in onze hedendaagse maatschappij. Darwin stelt in zijn theorie dat de groep die zich het best kan aanpassen de grootste overlevingskans heeft en daarmee dus de beste papieren om zich voort te planten. Het probleem is dat al onze vooruitgang ervoor heeft gezorgd dat zelfs de zwakste schakels van onze maatschappij zich niet meer hoeven aan te passen. De absentie van natuurlijke vijanden en de toename van de mogelijkheden van het menselijke habitat geven zelfs aan hen geen reden zich door te ontwikkelen. Door de afwezigheid van de noodzaak van deze ontwikkeling blijft de evolutie in ieder geval voorlopig wel uit.

Sterker nog, ik denk dat de evolutie van de mens tot zijn einde is gekomen. Ik denk zelfs dat we erop achteruit gaan. Er heerst een gevaarlijke trend: hogeropgeleiden krijgen steeds minder kinderen, waardoor hun aandeel in de maatschappij terugloopt. Dat is niet zo een groot probleem als het misschien klinkt. De relatieve afname van hoogopgeleide mensen zal niet meteen leiden tot de teloorgang of stagnatie van de mensheid. Het lijkt er alleen op dat de menselijke vooruitgang wat trager zal gaan verlopen.

Het lijkt allemaal heel logisch wanneer we deze filosofische gedachte gaan vergelijken met het demografisch transitiemodel. Voor de mensen die er niet mee zijn doodgegooid op de middelbare school: het demografisch transitiemodel is een aardrijkskundig model dat de vooruitgang van de maatschappij in een land weergeeft door middel van geboortecijfer, sterftecijfer en bevolkingsgroei. Het model is verdeeld in vijf fasen. In het begin is er sprake van een hoog sterfte- en geboortecijfer en een geringe bevolkingsgroei. Na verloop van tijd, als de maatschappij zich verbetert, neemt eerst het sterftecijfer af en later het geboortecijfer waardoor er daartussen sprake is van een sterke bevolkingsgroei. Richting het einde van het model zijn alle cijfers aan de lage kant. Wat heeft dit nu met ons dilemma te maken? In de laatste fase van het transitiemodel, de fase waarin de maatschappij zijn toppunt bereikt, duikt het geboortecijfer onder het sterftecijfer en is er dus sprake van een bevolkingsafname. Wat als dit ook geldt voor onze evolutie? Op het hoogtepunt van de mensheid creëren we zelf een omslag in onze ontwikkeling.

Met die gedachte zouden we kunnen stellen dat de vooruitgang zijn hoogtepunt heeft bereikt. Het einde van de evolutie moeten wij en onze tijdgenoten dan ook niet zien als een tegenslag, maar als een compliment. Wíj zijn het hoogtepunt. En wij gaan eerzaam het nieuwe tijdperk in, het tijdperk van de devolutie van de mens.

You may also like

Leave a Comment