De keerzijde van de medaille

by Vice-Praeses

De eerste week van mei is, voor de geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog onder ons, altijd een zeer boeiende en mooie week. Lezingen, defilés en oorlogsklassiekers houden ons die week op het been. Films als The Longest Day en Schindler’s List passeren de revue. Deze week staat in het teken van zowel herdenken, op 4 mei, als feestvieren, op 5 mei. Op die dag vieren we dat we door de Canadezen, Britten en Amerikanen van de Duitse overheersing zijn bevrijd. De oorlog was een verschrikking en gelukkig wordt tegenwoordig nog (terecht) terugverwezen naar de vreselijke misdaden die de nazi’s tijdens de oorlog hebben begaan.

Wat echter vergeten wordt, is dat onze bevrijders ook niet altijd de liefste zijn geweest. Moorden, verkrachtingen en plunderingen kwamen meer dan regelmatig voor. Vooral de Franse koloniale troepen wisten van wanten: de Italiaanse overheid kreeg in 1944 ruim vijfduizend officiële aanklachten van verkrachtingen door Goumiers op Italiaanse vrouwen. In de historiografie is na de oorlog weinig aandacht besteed aan de geallieerde oorlogsmisdaden. Hoe kon het ook anders: de geallieerden hadden ons immers van Hitler en zijn criminelen bevrijd. De laatste jaren schijnt er echter meer ruimte te komen voor de bespreking van geallieerde misdaden.

                                      Amerikaanse soldaten in de actie, Italië.

Een voorbeeld van een Amerikaanse oorlogsmisdaad is de massamoord nabij het vliegveld van Biscari, op het eiland Sicilië in 1943. Voor velen is dit misschien een onbekende bladzijde uit de geschiedenis, maar het is er wel een. Een pikzwarte bladzijde. Twee Amerikaanse soldaten, sergeant Horace T. West en kapitein John C. Compton waren verantwoordelijk voor de moord op ongeveer 73 Duitse en Italiaanse krijgsgevangenen. In 1929 waren er bij de conventie van Genève afspraken gemaakt over het lot van krijgsgevangenen in oorlogstijd. Zij moesten humaan behandeld worden, hadden allerlei rechten en mochten zeker niet doodgeschoten worden. West en Compton werden door het Amerikaanse leger gestraft voor hun misdaden. Opvallend hierbij is dat zij niet de hoogste straf, de doodstraf, kregen: West moest levenslang de cel in terwijl Compton werd vrijgesproken. Des te opvallender is het dat een meerderheid van Duitse daders van de massamoord op ruim 70 Amerikaanse krijgsgevangenen, in de Ardennen in 1944, door een Amerikaanse militaire rechtbank berecht werden en de doodstraf kregen.

Hoe kon dit zo zijn? Waarom verschilden de straffen die werden gegeven zo van elkaar? Was er sprake van een victor’s justice, het recht van de overwinnaars? Een typisch gevalletje van Siegerjustiz? Dit leek mij een mooi onderwerp om te onderzoeken en ik houd mij daarom hier ook mee bezig in mijn BA scriptie. Alhoewel mijn onderzoek nog niet helemaal is afgerond kan ik toch wel verklappen dat er naar mijn inzien sprake is van een recht van de overwinnaar. Bij beide oorlogsmisdaden is namelijk artikel twee van Geneefse conventie uit 1929 met betrekking tot krijgsgevangenen geschonden: ‘They shall at all times be humanely treated and protected, particularly against acts of violence.’ Toch zijn de misdadigers niet op gelijke voet bestraft, enigszins dubieus……..

                 Duitse daders van het bloedbad van Malmédy. Nummer 11 is de bekende SS-generaal Sepp Dietrich.

Hoewel we veel te danken hebben aan onze bevrijders, moeten wij als historici in spé ook naar de andere kant van de medaille kijken: tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben niet alleen Duitse soldaten misdaden begaan, ook geallieerde soldaten waren er niet vies van.

Koen Marijt

You may also like

Leave a Comment