De lente weet het niet

by Déjà Vu

Nina Witteman

Afgelopen vrijdagochtend strompelde ik de trap af van mijn ouderlijk huis. Net zoals de rest van Nederland, zit ook ik sinds vorige week zondag in sociale afzondering. De enkele ontsnapping aan mijn (blijk nu) toch wel krappe woonsituatie, vind ik in kleine uitstapjes: een rondje hardlopen, even naar de winkel of (ja, zo wanhopig ben ik) ramen lappen. 

Ik maakte mij die ochtend weer klaar voor een lange dag achter het bureau, waar ik nu al twee weken tracht mijn studies bij te houden zonder de gezelligheid van medestudenten. Ik verzuchtte me terwijl ik lauwe pap naar binnen schoof en ik mij nogmaals beklaagde bij mijn moeder, toen zij geschrokken over mijn schouder keek. Samen benaderden we voorzichtig het raam dat uitzicht geeft op onze achtertuin en met grote ogen keken we naar buiten: een koolmeesje stak nieuwsgierig zijn kopje uit de opening van ons vogelhuisje.

In onze tuin hangt nu al een aantal jaren een vogelhuisje. Het is geen bijzonder vogelhuisje: het heeft geen decoratie en ook geen excentrieke kleur. Maar toch, tot onze grote vreugde, kiezen elk jaar twee koolmeesjes die van ons als woning. In de lente begint het gefladder. Nieuwsgierige koolmeesjes vliegen om het vogelhuisje heen; de potentiële woning wordt grondig geïnspecteerd. Als het huisje uiteindelijk is goedgekeurd gaan de koolmeesjes meteen van start. Wekenlang vliegen ze af en aan met mos, takjes en blaadjes om de nieuwe woning zo goed mogelijk in te richtten. Als het verhuizen erop zit, begint echter pas het echte werk en al snel is alleen nog maar vader koolmees te zien. 

Terwijl het weer warmer wordt en wij ons kopje koffie steeds vaker buiten mogen nuttigen, vragen wij onszelf alsmaar ongeduldiger af: “Wanneer zullen we het horen?” Dat ene geluid waardoor het pas echt als de lente aanvoelt. Vader koolmees vliegt aan en daar is het: het gepiep van jongen. We blijven verschrikt staan en zijn doodstil; we willen niets verstoren. De koolmezen trekken zich echter weinig van ons aan. Moeder en vader koolmees gaan onvermoeibaar door en de jongen groeien ongezien voor de wereld op. 

Zo genieten wij in de zomer van het leven dat zich ontpopt in onze achtertuin. Helaas vliegt uiteindelijk, zoals de gezegde al waarschuwt, elke vogel uit, en ook ik ondervind elk jaar weer het lege nestsyndroom als in onze tuin geen koolmezen meer aanvliegen en het gepiep niet meer mijn koffiepauzes vervrolijkt. 

Gelukkig kan ik, in mijn dan stille tuin, weer vooruitdenken aan het nieuwe voorjaar. Als de bloemen weer optrekken en de knoppen aan de bomen groeien en ik net zoals afgelopen vrijdagochtend, met mijn neus tegen een net gelapte raam, stilletjes de nieuwe bewoners van ons volgelhuisje verwelkom. Terwijl de koolmezen ongestoord het huisje inspecteerden, dacht ik aan de crisis die momenteel de wereld in zijn greep houdt en een gedicht dat ik laatst hoorde, weergalmde in mijn oren: ‘De lente weet het niet: de rozen bleven bloeien, de Mangolias stonden in knop en de vogels begonnen aan hun nestjes’.

Het is nog steeds mogelijk om mee te doen met de HSVL-opbeuractie! Je kan nu een berichtje sturen naar een oudere om een hart onder de riem te steken. Schrijf dan nu je berichtje naar extern@dehsvl.nl en onze extern Daniëlle zal ervoor zorgen dat je berichtje goed terechtkomt!

You may also like

Leave a Comment