De piraat en de zeemeermin: de legende van El-Minar

by Déjà Vu

Merle van Lier

Na zeven dagen en zeven nachten over het land en de zee geraasd, gebeukt en gestormd te hebben, was de wind gaan liggen. De grootste zeerover van de zeven zeeën had zich naar het strand bij zijn toren begeven om in de branding naar aangespoelde buit te zoeken. Hij had zijn zoektocht bijna opgegeven toen zijn oog op iets in de verte viel.

Iets lokte hem ernaartoe. Nieuwsgierig geworden volgde el-Behar de branding tot hij bij de figuur aan was gekomen. Hij kon zijn ogen niet geloven. Daar in het zachte zand lag een meisje, wit en koud, door de wind en golven op het strand gelegd. El-Behar had nog nooit zoiets gezien. Ze was slank en breed tegelijkertijd met een lichtblauw gewaad, dat doorweekt was van het zoute zeewater aan haar vastplakte. Haar ogen waren gesloten en werden omringd door het mooiste gezicht dat El-Behar ooit had gezien. Haar lichte krullen lagen in een kroon om haar hoofd en haar wimpers leken haast van gesponnen goud. Op haar wangen schitterden een paar witte zoutkristallen in het zonlicht en haar enkels werden gekust door de zee die zachtjes tegen haar aan golfde. El-Bahar knielde in het zand. “Ze moet van heel ver zijn gekomen,’ fluisterde hij zacht en vol bewondering, “Want haar haren zijn de kleur van nieuw goud.” Voorzichtig nam hij haar in zijn armen en tilde hij haar op. “Misschien leeft ze nog.”

Het meisje opende haar ogen. Ze waren groen, zo groen als de algen uit de spleten van de rotsen en doorspekt met gouden vlekjes, alsof er korreltjes zand door het groen heen waren gemengd. Ze was een jinniyeh, een nimf van de zee. Ze was magisch mooi en el-Behar voelde de grond onder zijn voeten wegvallen. Zijn hoofd werd licht en het geruis van de golven die stuk sloegen in de branding verstomde. Die ene blik in haar ogen was genoeg geweest: hij was tot over zijn oren verliefd. Nog nooit had hij zoiets gezien.

De dagen verstreken en El-Bahars liefde groeide met de dag. Hij besteedde geen aandacht meer aan zijn matrozen, vergat zijn geliefde schip, zijn glorie en zelfs zijn gebeden. “Ik hou meer van je dan van wat dan ook op deze aarde,” zei hij tegen zijn geliefde, “Zelfs meer dan van mijn eigen leven, dan van mijn ziel, dan van mijn redding!”

Op de eerste dag van de lente begon de zee zich weer te roeren. De wind stak op en hamerde opnieuw tegen de rotsen. De zee kolkte en de golven sloegen hard op de rotsen. Het water klom op tot de grasvlakten en de bewoners van het dorp in de buurt sloegen op de vlucht. “De oceaan zal onze toren verwoesten!”, zei de piraat tegen zijn geliefde, “Kom, we vluchten de bergen in.” El-Bahar begon zijn zakken al vol te stouwen met zijn gouden en zilveren schatten.

“Waarom zou je bang zijn voor de zee?”, vroeg de nimf met een lach, “Hou je niet van haar, meer dan van wat dan ook? Prijs je niet steeds haar kracht en haar macht? Kijk je niet naar haar tijdens je gebeden? Ik ben een dochter van de zee. Ik ben naar je toegekomen om je te belonen voor de liefde die je voor haar hebt, maar nu roept de zee me terug. Vaarwel, Lass el-Behar, je zal me nooit meer zien.” “Laat me niet achter!” smeekte de zeerover, “Verlaat me niet, ik smeek je! Zonder jou zal ik nooit geluk kennen.”

“Ik moet gaan”, sprak de nimf vastberaden, “Ik waag het niet om de stem die me roept te ongehoorzamen. Ik ga, maar je mag me volgen als je dat wil.” De nimf daalde af naar de branding en de golven werden even rustig zodat hun dochter veilig naar het diepe kon waden. Zonder te twijfelen sprong Lass el-Behar het strand op en volgde hij zijn geliefde naar de duistere dieptes van de zee. De zee begon weer te brullen en terwijl de wolken openbraken en het land overspoeld werd met zoet en zout water, verdwenen de twee geliefden voorgoed uit het zicht.

Nooit meer werd el-Behar teruggezien. Men zegt dat hij nu woont onder de golven, daar waar Europa en Afrika elkaar bijna raken en de zee het land in tweeën splijt. Hij zal pas weer aan land komen op de dag des oordeels maar tot die dag waakt el-Behar over de zee. Alleen als er weer een westenwind opsteekt, kan je hem, als je heel goed kijkt, aan de horizon zien varen, op het schip waar hij zo zielsveel van houdt, met zijn geliefde aan zijn zij.

You may also like

Leave a Comment