De Zwendel

by Déjà Vu

Julius van der Poel

Op een regenachtige avond in november zocht ik met half dichtgeknepen ogen verwoed naar mijn fiets, die ik achteloos eerder die avond in een stalling had achtergelaten. De dikke regendruppels die aan de binnenkant van mijn brillenglazen plakten, ontnamen me het zicht. Doorweekt en verblind door de regen, vond ik uiteindelijk bij toeval mijn fiets. 

Op het moment dat ik de fietsenstalling uitreed, doemde er vanachter het regengordijn een gestalte op. Voor ik het goed en wel kon bevatten, keek ik in het betraande gezicht van een vrouw van ongeveer middelbare leeftijd. 

Met overslaande stem vertelde ze me hoe ze in allerijl was vertrokken van het huis van een goede vriendin, omdat haar dochter zojuist in het ziekenhuis zou gaan bevallen. Ze had haar handtas met haar beurs en telefoon achtergelaten bij het huis van haar vriendin. Tussen de snikken door vernam ik uiteindelijk dat ze geen geld had voor het openbaar vervoer en dus niet bij de geboorte van haar kleindochter kon zijn. Kon ik haar geen bedrag geven, vroeg ze, zodat ze de reis naar het ziekenhuis kon maken. Ze zou het me uiteraard terugbetalen. 

De radeloosheid van de vrouw ging me aan het hart en omdat het november was moest ik onwillekeurig denken aan Sint-Maarten. Volgens de legende kwam deze Martinus van Tours in de buurt van Amiens een bedelaar tegen, aan wie hij een stuk van zijn warme mantel gaf. Sindsdien is hij voor veel dorpspastoors de personificatie van de christelijke barmhartigheid. 

Wellicht geïnspireerd door de voorbeeldige vrijgevigheid van deze heilige besloot ik de vrouw te helpen. Maar als een kind van mijn tijd, beschikte ik niet over contant geld. Ik zette mijn fiets tegen het hek van de fietsenstalling en ging op zoek naar een bankautomaat. 

Terwijl ik naar de automaat liep, bekroop me een gevoel van onbehagen. Klopte het verhaal van de vrouw wel? Er lopen ’s avonds wel vaker weemoedige figuren rond, die maar al te graag het stuk van de mantel van die onnozele Sint-Maarten zouden ruilen voor hetgeen hen op de been houdt. Maar waarom een dergelijk circus voor een klein bedrag? Het leek me niet aannemelijk dat iemand haar verhaal zou verzinnen. Bovendien waren haar emoties ontegenzeggelijk oprecht. 

Tevreden over mijn nobele daad, liep ik terug naar de fietsenstalling. Toen ik echter bij de fietsenstalling was aangekomen, zag ik tot mijn verbazing dat de vrouw nergens meer te bekennen was. En naar een paar minuten drong het tot me door dat ook mijn fiets was verdwenen. De vrouw had zich uit de voeten gemaakt met het stalen ros van deze sullige schijnheilige. 

Hoofdschuddend over mijn ongeluk en met het gepinde geld in de hand, begon ik aan de barre tocht naar huis. Het begon harder te regenen. 

You may also like

Leave a Comment