Enkel morele afwegingen in het Syrische vluchtelingenvraagstuk

by Déjà Vu

Willem Groeneweg

Nadat de foto van een verdronken Koerdisch kind wereldwijd de voorpagina’s haalde nam de bezorgdheid rond Syrische vluchtelingen een enorme vlucht. Vluchtelingen werden massaal op stations verwelkomd en opvangcentra raakten overspoeld door giften en aanmeldingen van vrijwilligers. Ook het publieke debat nam een enorme vlucht, waarbij kritische noten werd geplaatst bij het enthousiasme dat nu de boventoon voert. In een opiniestuk in het NRC beschrijft Hafid Bouazza Arabieren als intolerant. Daarnaast maakt een pathologisch superioriteitsgevoel het de Arabier onmogelijk om de grootmoedigheid van zijn gastland op waarde te schatten. Ross Douthat, wiens NY Times werd herdrukt in de Volkskrant, is genuanceerder. Hoewel niet bezwaard tegen de vluchtelingenopvang an sich, meent hij dat Europa momenteel in een idealistische roes verkeert en blind is voor ‘the realities of culture’. Daarom zal ze de open koers die ze lijkt in te slaan op den duur berouwen en is Europa ‘failing in its obligations to its own’.

Deze ‘realities of culture’, hoe mooi ook verwoord, berusten in de kern op dezelfde grove generalisaties waarin we in het debat over de Nederlandse immigratieproblematiek ook al jaren te maken hebben. Er zijn altijd negatieve voorbeelden beschikbaar waar mensen graag hun algemene beeld van een groep mee kleuren. Geïmmigreerde groepen kunnen natuurlijk in een zwakke positie geraken, maar wie de maat neemt van de Nederlandse maatschappij, weet dat integratie ook een uiterst goede slagingskans heeft (hoewel de verschillende bevolkingsgroepen niet altijd even gelijk behandeld worden). Hafid Bouazza zelve, die op zijn zevende vanuit Marokko naar Nederland kwam en inmiddels overtuigd atheïst, is daarvan een schoolvoorbeeld.

Dan zijn er nog bezwaren op economisch gebied, onder andere geuit door de PVV en VVD. Hier overheerst de vrees dat onze verzorgingsstaat zal bezwijken aan de plotselinge toestroom van vluchtelingen. Het gaat inderdaad om een flink aantal mensen: in juli werden er in de EU 350 000 asielaanvragen gedaan. De UNCHR telt het totaal aantal Syrische vluchtelingen op 4 miljoen, waarvan 3 miljoen in vluchtelingenkampen in Turkije en Libanon verblijven. Degenen hiervan die de EU nog kunnen bereiken, zullen dat zeker doen. De Syrische vluchtelingen zullen ook niet snel weer vertrekken: de burgeroorlog in Syrië is verzand in een patstelling. Militaire interventie is niet mogelijk, daar Rusland het bewind van Assad graag ziet aanblijven en daarom een VN-resolutie blokkeert.

Deze aantallen lijken overweldigend, maar de gevolgen voor de economie vallen niet goed in te schatten. Het is namelijk eveneens mogelijk dat de immigratie op de lange termijn positieve gevolgen met zich meebrengt. Het Europese geboortecijfer daalt al jaren waardoor een verse instroom van immigranten wellicht kan helpen om Europa voor vergrijzing te behoeden. Het merendeel van de Syrische vluchtelingen is immers nog onder de veertig jaar. Er zijn ook redenen om aan te nemen dat arbeidsmigratie een positief effect kan hebben op de economie van een land. In de Volkskrant beargumenteerde econoom Vino Avanesi zelfs dat het essentieel is om ons menselijk kapitaal op peil te houden voor de voortgang van de economie. Daarnaast zijn economische instanties als het WRR, de GAK en de OECD na onderzoek tot de conclusie gekomen dat migratie zelfs een lichte productiviteitstijging tot stand brengt. Daarnaast kent de geschiedenis ook voorbeelden van geslaagde migraties, zoals de redelijk soepele assimilatie van de vluchtelingen van de Vietnamoorlog in de VS. Economische bezwaren zijn – net als culturele bezwaren – niet hard te maken.

Toch zal de opvang van vluchtelingen aanvankelijk concrete problemen met zich meebrengen. In Duitsland valt dit goed te zien; rechts-radicale groeperingen roeren zich en voor de eerste opvang van 150 000 vluchtelingen is zo’n 6 miljard euro benodigd. Een enorm bedrag, maar wel één dat Duitsland zich kan veroorloven. Dat laatste gegeven is het enige dat voor Angela Merkel, grootste voorstander van de vluchtelingenopvang, telt. Dat is ook de reden waarom elk EU-land zo goed als mogelijk mee moet helpen aan deze opvang. Merkel beseft dat, alle bezwaren daargelaten, de kernvraag van het vluchtelingenprobleem puur moreel is. Is het juist dat staten die de vermogens hebben om mensen die nergens anders een beter leven kunnen vinden af te wijzen? Zelfs wanneer desbetreffende staat geen enkele schuld heeft aan de problemen die de vluchtelingen voor haar poorten bracht? Voor Merkel is het antwoord hierop eenduidig negatief en eenieder die zich na het zien van het levenloze lichaam van Alan Kurdi met de harde werkelijkheid van de vluchtelingenproblematiek geconfronteerd zag, zal het daarin met haar eens zijn.

You may also like

Leave a Comment