Helden en schurken: Augustus

by Déjà Vu

rome_statue_of_augustus

De komende weken staat de blog in het teken van de rubriek ‘Helden en schurken’, waarin we inzoomen op de meest controversiële figuren uit de geschiedenis. Vandaag schrijft Friso over Augustus, de eerste keizer van het Romeinse rijk en uitvinder van het propagandaoffensief.

Friso van Nimwegen

In 362 beschreef de filosoofkeizer Julianus, die het jaar daarvoor alleenheerser over het Romeinse rijk was geworden, in een satire een ontmoeting tussen de Romeinse goden en keizers uit het verleden. Julianus wilde met zijn werk vooral zijn christelijke voorganger Constantijn zwartmaken, maar ook op andere beroemde keizers leverde hij kritisch commentaar. Naast Caesar, Trajanus en zelfs Alexander de Grote is ook Augustus bij de goden te gast, maar er is iets vreemds met hem aan de hand: hij verandert voortdurend van kleur en past zich als een kameleon aan zijn omgeving aan. Zijn ware gezicht laat hij niet zien. Uit Julianus’ voorstelling  van de beroemde eerste keizer van Rome blijkt dat men in de late Oudheid al met dezelfde vraag over Augustus worstelde als historici tegenwoordig: wie was hij nu echt?

Dat de persoon Augustus moeilijk te vangen is, blijkt al uit het feit dat hij gedurende zijn lange leven (63 v. Chr. – 14 n. Chr.) verschillende namen aannam of kreeg toegeschreven. Hij werd geboren als Gaius Octavius, de naam van zijn vader, en luisterde in zijn jonge jaren naar de bijnaam Thurinus. Het Romeinse imperium verkeerde ten tijde van zijn geboorte al decennia in een woelige politieke situatie. Het rijk was weliswaar het machtigste van Europa geworden na de verwoesting van Carthago in de tweede eeuw, maar de manier waarop de macht en de rijkdom binnen het rijk werden verdeeld zorgde voor groeiende onvrede bij de lagere klassen. In ‘de eeuw van burgeroorlogen’ raakte de elite verdeeld tussen conservatieve aristocraten en nieuwkomers die met progressieve maatregelen het volk achter zich probeerden te krijgen. Bijna honderd jaar lang hadden de Romeinen onderling grootschalige conflicten uitgevochten, en het verlangen naar een sterke man die een einde zou maken aan de voortdurende strijd werd steeds groter. Even leek het erop dat Julius Caesar die sterke leider zou zijn. Mede door zijn ongekende populariteit bij de Romeinse massa wist hij voor korte tijd alle macht naar zich toe te trekken, maar een aristocratisch complot bracht hem in 44 v. Chr. ten val. Toen hij stierf had hij zelf geen kinderen die in zijn voetsporen konden treden, maar vlak voor zijn dood had Caesar zijn negentienjarige neefje als adoptiezoon en erfgenaam aangenomen: Gaius Octavius.

Octavius was nog jong maar mateloos ambitieus, en hij besloot de strijd aan te gaan met de samenzweerders die Caesar hadden vermoord. Dat deed hij letterlijk in naam van zijn oom: als erfgenaam had hij het recht de naam van zijn stiefvader aan te nemen, en in het vervolg liet Octavius zich dus aanspreken als Julius Caesar. Die naam gaf hem in de ogen van de Romeinen een aanzien dat hij als telg van een vrij onbeduidende familie anders nooit zou hebben genoten.. Met het geld dat hij van zijn oom en andere familieleden had geërfd, bracht hij een leger op de been en begon hij aan een bloederige klopjacht op zijn politieke tegenstanders. Grote namen als Cicero en Brutus verschenen op de conscriptielijsten en werden door Octavius’ troepen koelbloedig uit de weg geruimd. Octavius werkte daarbij samen met Marcus Antonius, die een van Caesars belangrijkste generaals was geweest, maar op den duur kwamen Octavius en Antonius ook met elkaar in conflict. De laatste burgeroorlog die het rijk moest verduren werd beslist in 31 v. Chr. in een zeeslag bij het Griekse Actium. De vloot van Octavius overwon, Marcus Antonius pleegde zelfmoord en daarmee was de laatste persoon die Octavius nog kon uitdagen verslagen. Octavius was op dat moment pas 32 jaar oud, maar het Romeinse rijk lag aan zijn voeten.

In de dertien jaar tussen 44 en 31 v. Chr. had het Romeinse publiek Octavius vooral leren kennen als een van de vele ambitieuze aristocraten die een gooi naar de macht deden in een periode van grote politieke instabiliteit. Nu hij de macht compleet in eigen handen had, wilde Octavius die negatieve bijsmaak bij zijn naam wegwerken. Allereerst nam hij daarom de naam Augustus (‘de verhevene’) aan, die de senaat aan hem had voorgedragen. Gedurende zijn lange regeerperiode probeerde hij zichzelf vervolgens steeds op te werpen als degene die de oude gloriedagen van het Romeinse rijk weer had teruggebracht. Hij verkondigde dat hij een einde had gemaakt aan de eindeloze strijd onder de Romeinen en dat er nu een pax Augusta heerste in het uitgestrekte rijk. Onder zijn auspiciën schreven dichters en historici als Vergilius en Livius moraliserende werken over de normen en waarden van weleer, die het Romeinse volk tot het machtigste ter wereld hadden gemaakt. Door middel van wetgeving probeerde hij die verloren mores met dwang weer terug te brengen. Zijn gelijkenis werd over het hele rijk verspreid door middel van standbeelden en munten, zodat zijn onderdanen zelfs in de verste uithoeken van het rijk een blik konden werpen op hun keizer. ‘Keizer’ noemde Augustus zichzelf overigens nooit. Hij probeerde de monarchale aspecten van zijn positie zoveel mogelijk op de achtergrond te houden om te aristocratie en de senaat niet tegen zich in het harnas te jagen. Hij noemde zichzelf daarom princeps, de eerste burger van Rome.

Zelfs na Augustus’ dood in 14 n. Chr. ging het propagandaoffensief door. Door het hele rijk verspreidde hij zijn autobiografie, de Res Gestae, waarin hij zijn jonge jaren als machtsbelust oorlogvoerder en bloeddorstig politicus grotendeels onbesproken liet. Het is dus niet verwonderlijk dat men zelfs in de Oudheid al moeite had om Augustus precies te duiden. Augustus deed al vanaf zijn jeugd mee aan het politieke spel, en op zijn 32ste had hij overtuigend gewonnen. Hij was zich altijd bewust van zijn publieke image en had lang genoeg de macht in handen om zijn eigen versie van het verhaal er goed in te stampen bij zijn onderdanen. Zelfs zijn naam paste hij aan aan zijn doeleinden. Uiteindelijk ging hij de geschiedenisboeken in als de Verhevene, en dat zegt veel: geen enkele schurk in de geschiedenis heeft ons beter wijs kunnen maken dat hij eigenlijk een held was.

You may also like

Leave a Comment