Helden en schurken: Dzjengis Khan

by Déjà Vu

dzjengis-khan

De komende weken staat de blog in het teken van de rubriek ‘Helden en schurken’, waarin we inzoomen op de meest controversiële figuren uit de geschiedenis. Vandaag schrijft Nathan over Dzjengis Khan, de Mongoolse veroveraar die een van de grootste wereldrijken aller tijden creëerde. 

Nathan Looije

De grond schudde zo hevig dat het zelfs de dapperste soldaten schrik aanjoeg. Was het een aardbeving? Het leek alsof duizenden trommels in een snel ritme werden aangeslagen, maar geen enkel teken van een naderende vijand. Daarbij waren trommels geen sluitende verklaring voor het feit dat de grond zo heftig op en neer bewoog. De soldaten hadden dit tafereel alleen nog maar uit verhalen vernomen, waar ze toen nog smadelijk om hadden gelachen. Nu was het lachen de soldaten echter vergaan en begon hen het akelige gevoel te bekruipen dat de afschuwelijke verhalen die ze hadden gehoord weleens waar konden zijn. De verhalen spraken over duivels met pijl en boog, gezeten op rossige snelle monsters, die zich als een plaag over een groot gebied verspreidden. Een vernietigende kracht die verzet hardhandig de kop indrukte in de vorm van moord en verwoesting van hele nederzettingen. Aan de horizon verscheen een enkele ruiter met een zwarte banier in zijn handen, de zwarte banier die de meedogenloze aanpak van de Mongolen illustreerde. Achter de ruiter vulde de horizon zich met meer strijders te paard. Dzjengis Khan was gekomen.

Dzjengis Khan werd geboren als Temujin,  vermoedelijk in 1162, maar over het exacte jaartal zijn historici nog in discussie. Temujins jeugd werd gekenmerkt door rivaliserende stammen die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Als zoon van de stamleider kwam na de dood van zijn vader de leiding in Temujins handen, maar de stam zag geen heil in het volgen van een kind. Temujin werd verstoten door zijn stam en werd gedwongen om met zijn moeder als arme nomade door het leven te gaan. Temujin trouwde rond zijn zestiende met Börte van een naburige stam en kreeg een mantel van zwart sabelbont als bruidsschat. Deze kon hij later goed gebruiken als ruilmiddel voor de steun van de Mongoolse Khan Toghril bij het redden van zijn Börte die ontvoerd was door een andere stam. Met gebundelde krachten wisten ze Börte te bevrijden. Dzjengis Khan kan in dit licht gezien worden als een traditionele held die zijn dame in nood koste wat het kost probeerde te redden.

In 1206 wist Dzjengis Khan alle Mongoolse stammen met elkaar te verenigen en daar was nog geen enkele Mongoolse leider ooit in geslaagd. Vanaf dit moment gaat Temujin de naam Dzjengis Khan dragen, wat zoiets als “opperste leider” betekent. Volgens velen is dit te wijten aan het charismatische karakter dat Dzjengis Khan al op jonge leeftijd had. Zijn toewijding en volharding werden door andere stammen met bewondering gade geslagen. Dzjengis Khan had groot respect voor degenen die loyaal aan hem waren en zo kwam het meerdere malen voor dat vijanden die hem loyaliteit toonden uiteindelijk als vrienden werden verwelkomd. Iedereen in het Mongoolse rijk kreeg een eerlijke kans om zich te bewijzen, wat in strijd was met de Mongoolse traditie die altijd de voorkeur gaf aan afkomst in plaats van talent. Medici, docenten en intellectuelen werden onder het bewind van Dzjengis Khan vrijgesteld van belasting en er werd niemand vervolgd op basis van het aanhangen van een bepaalde godsdienst.

Door het vormen van een confederatie van alle Mongoolse stammen beschikte Dzjengis Khan over een gigantisch leger. Daar wist hij wel raad mee. Met een onwaarschijnlijke snelheid werd vrijwel heel Azië veroverd en dreigden zijn legers ook Europa onder de voet te lopen. Bij verzet werden hele populaties uitgemoord en talloze steden in de as gelegd, want voor dwarsliggers kende de grote Khan geen genade. Europese vorsten zaten bibberend van angst in hun kastelen te hopen dat de Mongoolse dreiging niet ineens bij hen op de stoep zou staan. De Europese monarchen hadden het geluk aan hun kant, want de Mongolen waren geenszins geïnteresseerd in Europees grondgebied vanwege het feit dat het niet van die grote steppevlakten kende. Dit zorgde ervoor dat de Mongolen niet, in tegenstelling tot de Hunnen, Europa binnentrokken om dood en verderf te zaaien. Desondanks was er grote paniek die af en toe neigde naar hysterie voor een eventuele inval van deze dodelijke machine. Het zal dan ook niet verwonderlijk zijn dat in Europese ogen de grote Dzjengis Khan werd gezien als een brute barbaar die geen man, vrouw of kind zou ontzien in zijn blinde zoektocht naar wereldheerschappij.

Interessant is dat Dzjengis Khan zelf het woord ‘Mongools’ gebruikte als iemand zich waardig had getoond en dit dus niet toekende aan een bepaald ras. Vanuit het standpunt van Dzjengis Khan zou dus in principe iedereen zich kunnen gedragen volgens Mongoolse regels en principes en daarmee ook tot de gemeenschap kunnen behoren. Of Dzjengis Khan een schurk of een held was, wordt bepaald door het perspectief waar vanuit men een blik werpt op deze Oosterse krijgsheer. Vanuit Europees perspectief zou men eerder geneigd zijn de grote Khan te typeren als een slecht mens, terwijl Mongolen voornamelijk lovend zullen zijn en hem als een grootheid beschouwen. In latere eeuwen zullen de Mongolen nog altijd verwijzen naar de tijd van de grote Dzjengis Khan en een poging doen om in zijn nagedachtenis te leven. Ongeacht zijn morele status hoeft men in elk geval niet te twijfelen aan de immense invloed van deze Mongoolse krijgsheer in de middeleeuwen.

Volgende week schrijft Caroline over Cesare Borgia, telg van de beroemde machtsbeluste Italiaanse familie en zoon van paus Alexander VI.

You may also like

Leave a Comment