Het slot

by Déjà Vu

Julius van der Poel 

Lichtelijk verbaasd kwam ik tot de ontdekking dat ik zat opgesloten in een Russische wc. 

In eerste instantie vermoedde ik een val. Het slot had beslist mijn bezoek afgewacht om me vervolgens voor eeuwig de toegang tot de wijdere wereld te ontzeggen. Het porselein zou me moeiteloos verzwelgen. Langzaam zou ik in het binnenste van deze sanitaire voorziening worden verteerd en vergaan tot iets dat niet langer als menselijk herkenbaar zou zijn. 

Nadat de eerste paniek was weggeëbd, bleek ik mezelf van mijn eigen vrijheid te hebben beroofd door het slot op een onorthodoxe wijze om te draaien. Nu kon ik niets anders doen dan wachten op mijn ontzetting. 

Dat die ontzetting nog even op zich liet wachten werd al snel duidelijk. De ene sleutel deed het niet, de andere was kwijt. Het meisje van de receptie kwam aan de deur vertellen dat er iemand onderweg was. Door het hout van de deur was goed hoorbaar dat ze moeite moest doen om haar schaterlach te onderdrukken. ‘Hoe lang gaat dat duren’, vroeg ik. Het was een aantal tellen stil. ‘Dat kan ik niet zeggen’, zei ze. Weer bespeurde ik die gesmoorde lach. Ik gaf haar geen ongelijk. Hoe vaak werd een verdwaasde buitenlandse student door een wc gegijzeld. ‘Sergei is onderweg, maar ik weet niet wanneer hij hier zal zijn. Hij is Oekraïens ziet u.’

Ik wist niet of deze laatste toevoeging me gerust moest stellen. Ik moest denken aan een Russisch verhaaltje over Oekraïners dat ik ooit had gelezen in een sprookjesbundel van Alexander Afanasjev. Deze etnograaf en sprookjesverzamelaar wist tussen 1855 en 1863 meer dan 600 volkssprookjes bijeen te brengen en te publiceren. 

De Oekraïner van Afanasjev loopt een kerk binnen zonder zijn muts af te nemen. Wanneer de mensen om hem heen vragen waarom hij zijn muts niet af neemt om respect te tonen, antwoordt hij: ‘Hoezo? Is de burgemeester soms hier?’ 

Het meisje van de receptie was blijkbaar bekend met dit verhaaltje, want het beeld dat het schetst van Oekraïners is niet bepaald vertrouwenwekkend. Oekraïners zijn ofwel onnozel, of ze hebben geen respect voor dat wat heilig hoort te zijn. Bij nader inzien was het misschien niet zo zeer een verhaaltje over Oekraïners, maar eerder een Russische versie van de Hollandse ‘Belgenmop’.

Nadat ik al mijn zonden had overdacht en zelfs bijna klaar was met het tellen van de mintgroene muurtegeltjes, werd er gemorreld aan de deur. Sergei was gearriveerd.

Na enkele minuten klonk er een ongezonde ‘krak’ en vloog de deur open. De benen strekkend, keek ik recht in het vriendelijke gezicht van de Oekraïner, die overigens geen muts droeg. 

Terwijl ik mijn bevrijder bedankte, wees de man op het slot. ‘Wit-Russisch’, zei hij geheimzinnig grijnzend en op een wereldwijze toon, ‘die sloten willen nog wel eens weigeren.’ 

Dus toch een val, dacht ik.  

You may also like