Is er leven na de uni? “Je eigen tentoonstelling zien verrijzen is magisch”

by Déjà Vu

Gevel_totaal_zon2

Anna de Wit is projectleider tentoonstellingen bij het Rijksmuseum voor Oudheden.

Toen ik in aan mijn studie oudheidkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam begon, werd dat door mijn familie en vrienden over het algemeen als een zeer slechte keuze gezien. Heel interessant, dat zeker, maar wat kun je daar straks mee worden? Is dat niet meer een hobby? Het lukte (met veel geluk) tóch om er mijn werk van te maken: inmiddels ben ik heel gelukkig met de combinatie tussen oudheid en heden als projectleider Presentaties bij het Rijksmuseum van Oudheden.

Van de studie oudheidkunde hebben maar weinig mensen gehoord, omdat het een heel kleine opleiding is. In 2001 bestond mijn klas uit ongeveer vijftien studenten, wat ervoor zorgde dat onze lessen heel interactief waren. Ik koos destijds voor de opleiding vanwege die kleinschaligheid en omdat het zo’n unieke combinatie van archeologie, klassieke talen, geschiedenis, filosofie en meer betrof. En vooruit – ik vond het ook leuk dat het zo’n eigenaardige studie was. Mensen keken altijd een beetje radeloos als ze me gevraagd hadden wat ik studeerde…

Maar oudheidkunde is vooral een sprong in de diepe wereld van de oudheid. Van de geschiedenis van Egypte tot Romeinse munten en Griekse ostraka. Van het veranderende stadsplan van zonnig Athene tot de grimmige oorlogen van de Assyriërs. Van de ontluikende democratie in het oude Griekenland tot de filosofische inslag van de Kerkvaders. Mythologische verhalen, gedichten van Plautus en Catullus, de fantasierijke geschiedvertellingen van Herodotus – heerlijk!

Desalniettemin drong de vraag zich na een aantal jaar toch op – wat kun je daar straks mee worden? Ik moet zeggen dat studeren mij lang een doel op zich had geleken. Daarbij had ik naast mijn studie verschillende baantjes, waardoor ik wel het idee had dat ik uiteindelijk toch leuk werk zou vinden. Ik werkte onder meer bij de universiteitsbibliotheek, bij een boekhandel, als secretaresse bij Fortis Bank en uiteindelijk als parttime communicatie-assistent bij ABN AMRO.

In de tijd van die laatste baan zocht ik een stageplek, omdat ik graag wilde zien hoe het reilen en zeilen binnen een museum ging. Ik kwam terecht op de afdeling Communicatie van het Rijksmuseum van Oudheden. Geen idee hoe ik het me precies van tevoren voorgesteld had, maar in ieder geval niet als de hectische, creatieve en gezellige plek die ik aantrof. Ik voelde me er meteen heel erg op mijn plek en met heel veel geluk kreeg ik na mijn stage mijn eerste tijdelijke contract aangeboden, op dezelfde afdeling. Gaandeweg merkte ik dat ik me liever met de organisatie van tentoonstellingen wilde bezighouden. Via het secretariaat, enkele jaren fondsenwerving en coördinatie van een educatief project mocht ik aantreden op de afdeling van tentoonstellingsprojectleiders.

Het leukste van het werk vind ik dat je weliswaar met de oudheid bezig bent, maar vooral een vertaling voor het hedendaagse publiek bedenkt. Welke onderwerpen vinden volwassenen en kinderen leuk en interessant? En hoe kunnen we de materie zo toegankelijk mogelijk aanbieden? Welke onderdelen kun je toevoegen om een tentoonstelling een beleving te maken en te zorgen dat ervaring en informatie zo veel mogelijk beklijven? Om hieraan te werken ben je met allerlei facetten van een tentoonstelling bezig: van bruiklenen tot teksten en vormgeving. Je werkt samen met allerlei inspirerende mensen, zoals conservatoren, educatoren en vormgevers. Daarnaast zit er natuurlijk een hoop regelwerk aan de functie, zoals begrotingen, planningen, verzekeringen, transporten. Dat is niet altijd het leukste deel, maar het is het zó vreselijk waard als het tijd is om de tentoonstelling op te bouwen en alle plannen langzaam maar zeker voor je ogen verrijzen. Magisch.

Mijn tip aan studenten is dan ook altijd: kijk goed om je heen. Zorg dat je naast je studie andere capaciteiten ontwikkelt, dat je bijvoorbeeld betrokken bent geweest bij de organisatie van een evenement, dat je voor een niet-wetenschappelijk publiek leert schrijven, dat je eens een begroting hebt gemaakt. En probeer vooral een plek te vinden waar je met al je verschillende facetten bij past. Daar heb je ook een flinke dosis geluk voor nodig – maar wie weet is dat toch af te dwingen!

You may also like

Leave a Comment