Kap eens met dat Plakkaat

by Déjà Vu

Merle van Lier

Ik dacht dat het onderwerp weer naar de achtergrond was verdwenen, maar afgelopen weekend stak het toch weer de kop op. Tijdens het soggen viel mijn oog op een artikel van RTL Nieuws over ons karige aantal vrije feestdagen. Welgeteld komen wij maar tot negen stuks, terwijl Slowakije en Turkije er bijvoorbeeld ruim veertien kennen. Logischerwijs gaan er stemmen op om dit aantal uit te breiden, maar om de een of andere reden wordt hier consequent – en ook weer in dit artikel – 26 juli voor aangewezen: de dag waarop het Plakkaat van Verlatinghe in 1581 door de Staten-Generaal werd goedgekeurd. Laat het daar nu alsjeblieft eens een keer klaar mee zijn.

Historicus Anton van Hooff beargumenteert in het artikel dat deze dag zich perfect leent voor een nationale feestdag. Het Plakkaat zou namelijk onze onafhankelijkheidsverklaring zijn en in – tegenstelling tot onze huidige overwegend christelijke feestdagen – een feestdag kunnen vormen die ‘echt voor iedereen is’. Het is alleen nogal kort door de bocht om het Plakkaat te presenteren als een onafhankelijkheidsverklaring. Zodra de Spaanse koning in de ban was gegaan met het Plakkaat, gingen de gewesten namelijk op zoek naar een nieuwe vorst wat in mijn ogen niet echt onafhankelijkheid uitstraalt. Op de lange termijn ontwikkelden de gewesten zich misschien wel tot een onafhankelijk land, maar dit was zeker nooit de bedoeling geweest. Het Plakkaat was een gelegenheidsdocument, geen onafhankelijkheidsverklaring.

Nog vreemder vind ik het idee dat de viering van het Plakkaat een feestdag voor iedereen zou zijn. De Nederlandse Opstand was namelijk geen heroïsch verzet waarin de Nederlanden hun krachten bundelden tegen de Spaanse tiran, maar een regelrechte burgeroorlog waarin iedereen het grondig met elkaar oneens was. Het resultaat liet zich ook behoorlijk te wensen over: de Generaliteitslanden werden zonder inspraak ingelijfd bij de Republiek en van eenheid was er amper sprake. Met het sprookje van de heldhaftige Willem van Oranje die de onderdrukte gewesten leidde in de strijd naar de onafhankelijkheid is dan ook allang afgedaan. Daarnaast liet de ophef die in de jaren 1930 onder de katholieken ontstond rondom het aannemen van het Wilhelmus als volkslied al zien dat niet iedereen blij is met een element uit de Opstand als nationaal symbool, juist door het gewelddadige aspect van de Opstand. Dus is zo’n feestdag dan echt voor iedereen?

Verderop in het artikel maakt Van Hooff nog een laatste bijzondere opmerking: er zou in Nederland sprake zijn van een schaamte om trots te zijn op ons land. Dat begrijp ik toch niet helemaal. Ik loop namelijk niet voor de grap elk jaar samen met miljoenen anderen op 27 april in een oranje pak met roodwitblauwe vlaggetjes op mijn wangen geschminkt over de rommelmarkten te sjouwen. ‘Oranjegekte’ heeft ook niet voor niets zijn eigen Wikipediapagina. 

Los van die Nederlandse trots, is Koningsdag toch al een dag die ‘echt voor iedereen’ is? Ook al ben je niet de grootste fan van Prins Pils (of inmiddels Koning Kratje), is dit een dag waarop iedereen mee kan doen. Vooruit, het is een Oranjegezind spektakel, maar hoe je het ook went of keert, de Oranjes zijn toch echt een deel van Nederland geworden en het vieren van het Plakkaat van Verlatinghe zal absoluut niet minder controverse met zich meebrengen.

Meer feestdagen, ik ben er zeker een voorstander van, maar stop alsjeblieft met het aandragen van het Plakkaat van Verlatinghe. De Nederlandse Opstand leent zich simpelweg niet voor zo’n dag, daarvoor was de burgeroorlog te sterk aanwezig. Laten we gewoon iedereen vrijgeven op zijn verjaardag of zelf een extra vrije dag laten kiezen, ik denk dat we daar de meeste mensen gelukkig mee maken.

You may also like