Maarten van Rossem op zijn best

by Vice-Praeses

Gekke Geert. Met deze twee woorden was afgelopen woensdagavond met Maarten van Rossem samen te vatten. Geert Wilders had het deze avond zwaar te verduren, net als andere politici uit Boxmeer, Venlo en Maastricht. Ook Halbe -volgens Maarten ‘halve’- Zijlstra kwam er niet goed vanaf. En dat is natuurlijk juist de reden waarom men in grote getale naar zo’n avond met Maarten komt: om met wat cynisme vermaakt te worden. En dat vermaak kregen we!

Dit deed hij uiteraard in zijn hele eigen stijl, met de nodige zelfspot, anekdotes uit zijn vakanties en uiteraard zeer uitgebreide antwoorden  tijdens de vragenronde. Na een enorm betoog was vooral zijn geïrriteerde “Nee Fik, ik ben nog niet klaar met mijn antwoord!” behoorlijk hilarisch. Fik Meijer, historicus oude geschiedenis aan de UVA, moest van Rossem interviewen maar die kwam –wat te verwachten was- nagenoeg niet aan het woord. Entertainen was gelukkig niet het enige wat Maarten deze avond deed. Zo nam hij bijvoorbeeld ook enkele goede standpunten in over de voordelen van de Europese Unie (“daar verdienen we 2000 euro per inwoner mee”). Het feit dat veel burgers niet weten hoe onze staat geregeerd wordt en dus weinig kunnen snappen van ons landbestuur, leidde tot een ontnuchterende opmerking die we eigenlijk vaker moeten horen: “Alles wat hier gebeurt, gebeurt ook in alle andere rijke Westerse landen. Dat zijn dus helemaal niet zulke bijzondere dingen”. Dat zou je bijna vergeten in deze tijd waarin zo’n beetje alles door de media gehyped wordt. Eigenlijk had Maarten bijna overal wel een mening over, zo werden aan hem tijdens de vragenronde vragen gesteld variërend van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie tot zelfs de vraag: “Wat vind je van het Master- Bachelor-systeem”. Het leek bijna wel alsof het hier om vragen aan een soort orakel ging.

Nee Fik, ik ben nog niet klaar met mijn antwoord!

Als laatste had hij nog wel een goed betoog over het gat tussen de historici in de relatief gesloten academische wereld en een andere groep historici die geschiedenis juist proberen te populariseren. Hij schilderde de eerste wereld af als een kring waarin vooral wordt geschreven om uitsluitend in gespecialiseerde tijdschriften te publiceren, terwijl de tweede groep historici juist probeert om het grote publiek enthousiast te maken voor geschiedenis. Het knelpunt zit volgens hem  in het neerkijken van de academische wereld op deze  ‘populisten’ en daar zit misschien wel een kern van waarheid in. Als je namelijk ziet waar dat populariseren van geschiedenis toe kan leiden – een propvolle aula vol met geïnteresseerden, die allemaal naar Oegstgeest komen om door geschiedenis vermaakt te worden- dan geeft dat toch hoop. Ook al kwamen de geïnteresseerden in dit geval vooral uit de categorie “vitale vijftigplussers”,  dat is toevallig wel onze grootste bevolkingsgroep! Mijn conclusie na een avondje Maarten van Rossem: Je vindt ze leuk of niet, maar voor de populariteit van geschiedenis is deze “Flappie- generatie” onontbeerlijk. Dat neemt niet weg dat er voor de jonge garde onder de geïnteresseerden best een jonge historicus naast mag zitten de volgende keer, het oog wil namelijk ook wat.

Veerle Beurze

You may also like

Leave a Comment