Makkelijk scoren

by Déjà Vu

Melle Havermans

Iedereen die een EK of WK voetbal heeft meegemaakt weet welke gekte zich door een deelnemend land kan verspreiden. In Nederland hebben we er zelfs een woord voor: oranjekoorts. Hele straten kleuren letterlijk oranje, winkels liggen vol met Nederlandse vlaggen en elke radiozender draait ‘Oranje boven!’. Even waait er weer een wind van chauvinistisch patriottisme door het land en is het heel normaal om te zeggen dat Nederland het beste land ter wereld is. 

Nederland is hier natuurlijk niet alleen in. De Fransen of Kroaten kunnen er ook wat van, net als de Portugezen of Grieken. Eén volk is er befaamd en misschien wel berucht om. Ik heb het over het volk aan de overkant van de Noordzee: de Engelsen. 

In tegenstelling tot Nederland deed Engeland wél mee aan het EK van 2016. Niet dat ze het bepaald goed deden; hun groep wisten ze weliswaar te overleven (met slechts één gewonnen wedstrijd), maar in de ronde van zestien verloren ze op 27 juni van IJsland, wat de hoop op Football Coming Homeweer twee jaar uitstelde. Europa verlaten was voor de Engelsen niet geheel een nieuwe ervaring; slechts vijf dagen ervoor hadden de Engelsen voor Brexit gestemd. 

De redenen voor dit resultaat zijn natuurlijk vaak genoeg besproken. Wat echter niet onderzocht is, is de invloed die het EK hierop gehad kan hebben. Dat is jammer, want rond het tijdstip van het Brexit-referendum was de Engelandkoorts zo’n beetje op z’n hoogtepunt. Engeland was gekwalificeerd voor de knock-outfase van het toernooi, het had westerbuur Wales weten te verslaan en er waren ook nog eens gevechten uitgebroken tussen Engelse, Franse en Russische voetbalfans. Dit alles had de gemoederen hoog laten oplopen. Daarnaast weet iedereen die de Engelsen een beetje kent, dat anti-Frans en anti-Duits sentiment extra fel is tijdens het EK. Laat dit nu net de landen zijn die binnen de EU veel gewicht in de schaal leggen. 

De opleving van patriottische gevoelens en sentimenten tijdens het EK speelden het Brexit-kamp in de kaart. De stap van deze sentimenten naar een breder, anti-EU-sentiment is makkelijk gemaakt. Hoewel concrete cijfers ontbreken, zou het mogelijk zijn dat het resultaat van de stemming anders was geweest als het referendum op een andere dag gehouden was (zeg, een regenachtige woensdag in maart). Een historicus moet zich niet bezighouden met wat-als denken, maar met deze kennis in het achterhoofd, en de wetenschap dat het verschil tussen Remain en Leave slechts zo’n 3% bedroeg, is dat toch een vraag die opkomt.

Het is jammer dat juist deze casus nog niet onderzocht is. Een goed opgezet onderzoek zou niet alleen veel kunnen toevoegen aan kennis over het effect van dergelijke sportevenementen op publieke opinie. Ook kan het beleidsmakers adviseren over de timing van zo’n belangrijke stemming. Ik vermoed dat dit advies samengevat kan worden met de woorden: kies toch maar voor die regenachtige woensdag in maart. Als een stembusgang vrij is van dit soort ruis, zullen mensen een beter afgewogen stem kunnen uitbrengen. Dit komt het landsbelang en de democratie ten goede.

Als de Brexit niet wordt uitgesteld, zijn de Britten over een maand daadwerkelijk uit de EU. Op moment van schrijven ligt er nog geen Brexit-overeenkomst waar de EU, de Britse regering en het Britse Lagerhuis zich gezamenlijk in kunnen vinden. Bijna niemand zit op een no-deal Brexit te wachten, maar iedere dag komt het dichterbij. Zo loopt de Brexit langzaam uit op een fiasco. Had zo’n fiasco überhaupt wel kunnen gebeuren als de timing van het referendum niet zo belabberd was geweest? Daar komen we natuurlijk nooit achter, maar het is de moeite waard hier even bij stil te staan.

You may also like