Manieren?

by Vice-Praeses

Ga naar het station in spitstijd, pik een willekeurige trein uit, voeg je bij de wachtende mensen en je kunt meedoen aan de moderne struggle for survival. Perrongangers houden elkaar vanuit hun ooghoeken nauwlettend in de gaten. Er wordt geanticipeerd, er wordt gekeken. Er zijn slechts enkele prooien en dat zijn de deuren. Of beter gezegd, de stoelen. Om aan het eind (of het begin) van een lange werkdag te kunnen zitten, daarvoor heeft de reiziger meer en meer over. “Pssssh.” Daar stopt de trein. Als een op hol geslagen kudde drommen de reizigers samen. Als je goed gegokt hebt, sta je vooraan. De minder goed uitgeruste reiziger staat achteraan. “Psssh”. De deuren gaan open. Een minuscule opening wordt vrijgehouden zodat de passagiers uit kunnen stappen. “Komt er nog één? Ja, kut. Nog één? Nee? Vrij? Duwen!” De brutaalsten hebben zich dan al langs de uitstappende passagiers heen gewurmd. En niet alleen jonge mannen met een smurfenmuts en Vans, nee, oude dames en heren ook. De achtersten rest een staanplaats, dicht opeengepakt.

Wat is hier gebeurd? In mijn herinnering ging dit er toen ik kleiner was veel minder heftig aan toe. Voor mij is dit één van de voorbeelden hoe het élan van sneller, smarter, simpeler ons leven beïnvloedt. We worden steeds minder beschaafd. Hoe individualistischer we worden, hoe minder manieren we tonen. En dat is jammer. Vooral omdat we eigenlijk helemaal niet zoveel te doen hebben als we denken. Zitten in de trein? Waarom eigenlijk? Om nog even te kunnen flexwerken? Of zodat je nog lekker kunt facebooken op je MacBook?

In de collegezaal lijkt zich een vergelijkbare ontwikkeling voor te doen. Vanaf ongeveer een kwartier voor tijd wordt de zaal onrustig. Als de docent dan ook nog zo onverstandig is om de worden afronden, einde, tot slot of concluderend te gebruiken, is het hek van de dam. Dan kunnen de laptoppen dichtgeklapt en de tassen dichtgeritst worden, terwijl de docent nog spreekt. Want het moet allemaal snel, sneller, snelst. Een gedicht aan het einde van het college? Laten we dan tijdens dat voorlezen alvast onze tafeltjes gaan opklappen, want dan zijn we 20 seconden eerder thuis! Het respect voor de docent lijkt ver te zoeken.

Ik kan best relativeren. Vroeger was niet alles beter, maar een beetje ouderwetse hoffelijkheid kan geen kwaad. Ik kan me niet voorstellen dat er opgestaan werd tijdens colleges van Johan Huizinga. Of  dat er in de jaren ’60 ook zo geëlleboogd werd bij de trein. De docenten moeten op hun signaalwoorden letten en de NS moet meer zitplaatsen regelen. Maar we zijn vooral gebaat bij manieren. En met name van universiteitsgangers zou dat niet te veel gevraagd moeten zijn.

Pablo Kamsteeg

You may also like

Leave a Comment