Sint-Nicolaas van Myra en de speculaasvrijer

by Vice-Praeses

De dagen worden korter, de temperatuur begint te dalen en terwijl de straten witter worden, wordt menig humeur donkerder. Maar niet die van de jongste jeugd! December brengt samen met koudefronten, warme chocomel en glühwein de goedheiligman in het land en nooit zijn de kindertjes zo braaf als tijdens de aanloop naar 5 december. ’s Hollands (is het wel zo Hollands?) meest professioneel onderhouden sprookje doet het kinderhart sneller kloppen, de tandjes bederven en de schoorstenen boven de met rode dakpannen bedekte horizon zingen van vreugde.

Zomaar een idyllische voorstelling van het Sinterklaasfeest. Al generaties lang gevierd en een ingebakken traditie geworden. Toch is het Sinterklaasfeest lang niet altijd zo gevierd als tegenwoordig. Er gaat dan ook een lange geschiedenis aan vooraf.

De goedheiligman heeft volgens menig bron zijn oorsprong te danken aan de bisschop van Myra en werd – niet al te verwonderlijk – “Nicolaas van Myra”genoemd. Myra, de hoofdstad van Lycië lag in het toenmalige Byzantijnse Rijk, waar nu Turkije ligt. Over de beste man bestaan verschillende legendes, met allemaal in ieder geval het element van een beschermer van kinderen. Zo zou hij drie kinderen, na door een herbergier, vermoord te zijn weer tot leven hebben gewekt en zou hij een kind tegen verbranding hebben behoed. Nicolaas stierf op 6 december 342. In de oosterse orthodoxe kerk was Nicolaas een kerkheilige, en hij werd dan ook oorspronkelijk slechts in vooral Griekenland en Rusland aanbeden. Omdat hij tevens diende als schutspatroon van zeevaarders werd hij langzamerhand ‘meegebracht’ naar vooral de West-Europese kustnaties. In de dertiende eeuw werd zijn officiële sterfdag vastgelegd op 6 december. Vanaf dat moment verspreidde de Nicolaas-verering zich over heel Europa.

In Middeleeuws Europa werd op kloosterscholen steeds vaker het ‘Sint-Nicolaasfeest’ gevierd: een soort toneelstukje waarin de heilige verscheen en de ijverige kindertjes beloonde en de luiwammesen strafte. Het tegenwoordig onlosmakelijk verbonden schoen-zetten vindt zijn oorsprong in de vijftiende eeuw. Uit archiefstukken van de Sint-Nicolaaskerk in Utrecht blijkt dat al vanaf 1427 op 5 december de schoenen ijverig werden gezet. De rijke Utrechters vulden de schoentjes van de armen en op 6 december werd dit verdeeld. De speculaaspop werd vanaf de late middeleeuwen op markten tijdens het Sint-Nicolaasfeest verkocht, als ‘speculaasvrijer’. Een jongen kocht het snoepgoed voor een meisje, nam zij dit aan dan was er tijdens deze barre winterdagen wellicht sprake van meer dan alleen het hartverwarmende speculaas eten met z’n tweeën.

Na de Reformatie probeerden veel calvinistische predikanten het luidruchtige ( paapse!) volksfeest af te schaffen. De openbare dronkenschap die gepaard ging met het zetten van schoentjes is echter nooit compleet uitgebannen. De goedheiligman veranderde later in de grootste schrik van kinderen, en werd vooral neergezet als boeman. Hij schroomde niet het kroost een flink pak op de broek te geven. In de late 18e eeuw veranderde dit beeld echter weer. Langzamerhand werd hij de kindervriend die we vandaag de dag kennen.

Inmiddels is de roe slechts nog voor de sier, komt de Sint niet meer uit Turkije maar uit Spanje ( ja, dat blijft een mysterie) en worden de schoentjes niet meer gevuld door onze welvarende en gulle medeburgers. Zullen we dan maar wel de ‘speculaasvrijer’ herintroduceren?

Daniël Korving

You may also like

Leave a Comment