”Sven! Je moet nog een rondje!”

by Déjà Vu

door Erik Rovers Nog een paar weken en dan gaan het schaatsseizoen 2013-2014 van start. De ogen van schaatsminnend Nederland zullen dit jaar gericht zijn op de Olympische Winterspelen in het Russische Sotsji. Wat mijn schaatshart sneller doet kloppen heeft echter niets met deze Winterspelen te maken, maar speelt zich gewoon in Nederland af. In 2014 zullen er namelijk twee nationale schaatskampioenschappen plaatsvinden in het Olympisch Stadion in Amsterdam.

 Dat het zover is gekomen, is te danken aan oud-schaatser en meervoudig Europees- en wereldkampioen Rintje Ritsma. Al in april 2013 presenteerde hij via een promotiefilmpje zijn droom: een WK schaatsen in het Olympisch Stadion:

 Ritsma ziet een mogelijkheid om op deze wijze vernieuwing aan te brengen in de schaatssport, iets waar het er volgens hem de laatste jaren aan ontbrak. In mijn ogen  wordt er juist teruggegrepen naar een oude traditie van grote schaatstoernooien in de open lucht, een traditie die in de laatste twintig jaar steeds meer verloren is gegaan. Langebaanschaatsen is meer en meer een indoor-sport geworden, waarbij gelijke omstandigheden worden geprefereerd boven heroïsche gevechten in sneeuw of mist.

 De oudere schaatsliefhebber weet niet beter: het langebaanschaatsen vond plaats in de open lucht. In de vroegste geschiedenis van het langebaanschaatsen speelden kampioenschappen zich af op natuurijs. Vanaf 1960 slaagde men erin kunstijs aan te leggen, waardoor men bij wedstrijden niet meer per sé afhankelijk was van vorst.

Van oudsher trok het langebaanschaatsen al veel toeschouwers. Beroemd is het Bislett Stadion in Oslo, waar in 1952 de Olympische Winterspelen werden gehouden. Bij grote wedstrijden wisten met gemak dertigduizend Noren de weg naar het stadion te vinden. Het is de plek waar Ard Schenk en Kees Verkerk in de jaren zestig en zeventig samen drie wereldtitels veroverden, waarmee zij in Nederland een ware ”Ard en Keessie’-hype in gang zetten. In 1981 zorgde een andere Nederlandse schaatser voor een hilarisch en tegelijkertijd tenenkrommend moment in de Nederlandse schaatssport. Het gaat om Hilbert van der Duim die in 1981 op het WK bezig was aan zijn 5 kilometer-rit tegen de Noorse schaatser Amund Sjøbrend. Nou ja, 5 kilometer…

Aan het eind van de jaren tachtig werden steeds meer ijsbanen overdekt. In 1987 werd het eerste wereldkampioenschap langebaanschaatsen in een hal gehouden, nota bene in ons eigen Thialf-stadion in Heerenveen. Een jaar later vonden de eerste Olympische Winterspelen plaats op een indoorbaan, in het Canadese Calgary. Wedstrijden op buitenbanen werden steeds meer gezien als ”oneerlijk”, vanwege wisselende weersomstandigheden. ”Niet meer van deze tijd” is ook een veel gehoorde kreet. Echter, met de komst van het overdekte langebaanschaatsen is de sport zijn romantiek grotendeels verloren. Commercialisering en mondialisering van de sport hebben tot fantastische accommodaties geleid, van de VS tot Japan en van Kazachstan tot Canada. Maar wat is er nou mooier dan bijvoorbeeld een kampioenschap in de historische binnenstad van Boedapest, waar ooit een WK pas laat in de avond kon plaatsvinden omdat overdag het ijs grotendeels was weggesmolten?

Het is goed dat volgend jaar weer iets van deze oude romantiek terugkeert in het Olympisch stadion. Ritsma refereert in zijn filmpje al aan het ”Bislett-gevoel.” Het zou mooi zijn als wij als schaatsminnend land dit gevoel opnieuw kunnen creëren. Hopelijk hoeven de commentatoren er Sven Kramer dan niet op te wijzen dat hij nog een rondje moet, zoals in 1981 bij Hilbert van der Duim gebeurde…

 Erik Rovers 

 

 

Het eerste overdekte schaatstoernooi ooit is door Andere Tijden Sport prachtig weergegeven in een documentaire:

http://nos.nl/video/326943-thialf-t-dak-eraf.html

You may also like