Van schlemiel naar Scheckter

by Déjà Vu

Tommy  van Thienen

De verkiezingen zijn (na vandaag) weer achter de rug en het wordt tijd dat we ons weer gaan focussen op het volgende hoogtepunt van het jaar: de start van het nieuwe Formule 1-seizoen! Het jaar dat Hamilton een gooi zal doen naar zijn vierde wereldtitel, dat Räikkönen en Bottas samen zullen strijden voor de eer van beste Fin en natuurlijk het jaar dat Max Verstappen mag gaan bewijzen dat Nederland de nieuwe Michael Schumacher voortbrengt.

Ik zou mezelf niet zijn als ik hier niet een paar woorden voor over had, maar dit is en blijft een historisch tijdschrift, dus maken we een uitstapje naar de geschiedenis van de koningsklasse van de autosport. Naar de jaren ’70, toen de bolides niet de enige objecten van staal waren die zich onder de coureurs bevonden. Eén man zat er middenin, een man wiens naam door grootheden als Emmerson Fittipaldi, Niki Lauda en James Hunt slechts naar de kantlijnen van de historie is verdrukt. Zijn naam? Jody Scheckter.

Jody Scheckter was een Zuid-Afrikaanse maniak op wielen. Zijn grote talent leverde hem in 1972 een plekje op bij McLaren, aan de start van de Amerikaanse Grand Prix. Zijn onvermogen om gefocust te blijven belemmerde hem echter lange tijd om echt indruk te maken op zijn team en collega’s. Zo zag het er in 1973 in Frankrijk naar uit dat hij na pas zijn derde start al zijn eerste overwinning op zijn naam ging zetten, maar een aanvaring met regerend wereldkampioen Fittipaldi, die later geen goed woord voor hem over had, stuurde Jody met lege handen terug naar huis. Een race later, op het Engelse circuit van Silverstone maakte hij het zelfs zo bont op de baan, dat na een botsing  die het halve veld uit de race haalde zo’n beetje de hele wereld schreeuwde om een permanente uitsluiting van Scheckter.

Op de plek waar hij zijn carrière begon kwam de waaghals op een harde wijze tot inzicht. Op het circuit van Watkins Glen in de VS zag hij François Cevert, zijn toekomstig teamgenoot wanneer hij volgend seizoen zou overstappen naar het team van Ken Tyrell, voor zijn neus de baan afglijden en door de vangrail in tweeën gesneden worden. Scheckter zette meteen zijn auto aan de kant, maar kon niets meer voor de Fransman betekenen. Na het incident nam hij de sport serieuzer en paste hij zijn rijstijl aan. Het jaar daarna, in 1974, kwam bij Tyrell zijn talent dan eindelijk naar boven. In Zweden won hij zijn eerste Grand Prix en hij eindigde dat jaar als derde in het wereldkampioenschap. In 1975 bleek een herhaling van zijn succes van een jaar eerder onmogelijk, al werd hij wel de eerste en enige Zuid-Afrikaan die ooit de Grote Prijs van Zuid-Afrika won.

Jaren volgden waarin hij van Tyrell via Walter Wolf Racing uiteindelijk een stoel bemachtigde bij het machtige Ferrari. In 1979 bekroonde hij zijn carrière met zijn enige wereldtitel in de Formule 1. Na hem moest Ferrari nog 21 jaar wachten op de legende Michael Schumacher, die hen in 2000 weer een kampioen gaf. Jody Scheckter is de meest succesvolle Afrikaan ooit in de autosport en een naam die meer verdient dan slechts een kanttekening.

You may also like

Leave a Comment